Er zijn vier hoofdsoorten brandblussers: de schuimblusser, de poederblusser, de CO₂-blusser en de vetbrandblusser. Elk type is ontworpen voor een specifieke brandklasse en werkt met een ander blusprincipe. Het verkeerde type inzetten kan een brand juist verergeren.
Nederland kent vijf relevante brandklassen: A, B, C, D en F. Elke klasse staat voor een type brandbare stof, en die klasse bepaalt welk blusmiddel wel of juist niet werkt.
Klasse A: Vaste stoffen zoals hout, papier, karton en textiel
Klasse B: Vloeistoffen zoals benzine, olie, verf en oplosmiddelen
Klasse C: Gassen zoals propaan, butaan en aardgas
Klasse D: Metalen zoals magnesium en aluminium (specialistisch, komt in kantoren nauwelijks voor)
Klasse F: Frituurvet en bak- en braadolie
Een brandblusser is altijd gecertificeerd voor één of meerdere klassen. Op het label staat exact aangegeven voor welke klasse(n) de blusser geschikt is. Gebruik nooit een blusser buiten zijn klasse: bij een klasse F-brand met een verkeerd type blusmiddel kan de brand juist opflakkeren.
De vier hoofdsoorten zijn de schuimblusser, de poederblusser, de CO₂-blusser en de vetbrandblusser. Ze verschillen in blusmiddel, werking en de schade die ze achterlaten.
De schuimblusser blust vaste stoffen zoals hout en papier, én vloeistoffen zoals benzine en olie. Het schuim vormt een dekkende laag over de brandhaard, waardoor zuurstof wordt afgesloten en de brand dooft.
Schuimblussers laten relatief weinig nevenschade achter vergeleken met poeder, wat ze geschikt maakt voor kantoren en ruimtes met apparatuur. Een nadeel: het blusmiddel verliest na verloop van tijd zijn werking, waardoor schuimblussers al na 5 jaar vervangen moeten worden, veel korter dan andere types. Uiterlijk in 2030 moeten schuimblussers met PFAS vervangen zijn. Lees meer over PFAS-vrije brandblussers.
De poederblusser is de meest universele blusser: geschikt voor vaste stoffen, vloeistoffen én gassen. Het poeder onderbreekt de chemische verbrandingsreactie en heeft een grote bluskracht, ook op grotere branden.
Het nadeel van poeder is de nevenschade. Het dringt door in elektronica, machines en ventilatiesystemen en is lastig te verwijderen. Voor serverruimtes, kantoren met veel apparatuur of horecakeukens is een poederblusser daarom vaak niet de eerste keuze.
De CO₂-blusser, ook wel koolzuursneeuwblusser genoemd, blust vloeistofbranden en is bij uitstek geschikt voor elektrische apparatuur en serverruimtes. Het koolzuurgas verdringt de zuurstof rond de brandhaard zonder residu achter te laten en geleidt geen stroom.
Omdat CO₂-blussers geen deeltjes achterlaten, zijn ze de standaardkeuze in serverruimtes, laboratoria en ruimten met kostbare apparatuur. Let op: CO₂-blussers zijn niet geschikt voor klasse A-branden zoals hout en papier, omdat de kans op herontbranding te groot is.
De vetbrandblusser is speciaal ontwikkeld voor vlam in de pan en branden in frituurvet of bak- en braadolie. Het blusmiddel koelt het hete vet snel af en vormt een zeepachtige laag die de brand smoort en herontbranding voorkomt.
Gebruik nooit water of een schuimblusser op een vetbrand: het vet spat dan alle kanten op en de brand breidt zich juist uit. Voor horecagelegenheden, bedrijfskeukens en kantines is een vetbrandblusser wettelijk vaak verplicht naast de reguliere blussers.
De juiste brandblusser hangt af van wat er in de ruimte aanwezig is, niet van wat "meestal" wordt gekozen. In een kantoor, waar papier, textiel en elektronica de grootste risico's vormen, is een schuim- of CO₂-blusser meestal de beste keuze. Een serverruimte met kostbare elektrische apparatuur vraagt vrijwel altijd om een CO₂-blusser, omdat die geen residu achterlaat en niet geleidt. In een horecakeuken, waar frituurvet en gas de risico's bepalen, is de combinatie van een vetbrandblusser bij de frituur en een poederblusser elders in de keuken gebruikelijk. Een magazijn of werkplaats met vaste stoffen en brandbare vloeistoffen is doorgaans het beste af met een poederblusser vanwege de bredere inzetbaarheid, terwijl een parkeergarage met brandstof en voertuigen vraagt om een poeder- of schuimblusser.
Dit is een algemene richtlijn. De exacte verplichte samenstelling hangt af van de indeling en het gebruik van uw pand, en wordt vastgesteld tijdens een risico-inventarisatie. Vraag een Quickscan aan om te laten bepalen welke blusmiddelen uw pand precies nodig heeft.
Het grootste verschil zit in de nevenschade en de brandklassen. Een schuimblusser is geschikt voor klasse A en B en laat weinig schade achter, terwijl een poederblusser ook klasse C (gassen) aankan maar veel meer nevenschade veroorzaakt aan elektronica en interieur.
In de praktijk kiezen kantoren en zorginstellingen vaker voor schuim vanwege de beperkte nevenschade, terwijl werkplaatsen en magazijnen vaker poeder gebruiken vanwege de bredere inzetbaarheid en hogere bluskracht.
Het aantal verplichte brandblussers hangt af van de oppervlakte, indeling en het gebruik van uw pand, zoals vastgelegd in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Er geldt geen vast landelijk aantal per vierkante meter dat voor elk pand gelijk is.
Als vuistregel geldt dat de loopafstand tot het dichtstbijzijnde blusmiddel maximaal 20 meter mag zijn; in ruimtes met een verhoogd brandrisico ligt deze afstand vaak lager. Bij twijfel over het exacte aantal en type voor uw pand, laat u dit vaststellen tijdens een keuring door een REOB-gecertificeerd monteur.
Brandblussers in bedrijfspanden moeten voldoen aan de NEN 2559-norm en minimaal eens per twee jaar gekeurd worden door een REOB-gecertificeerd bedrijf. Veel verzekeraars eisen zelfs een jaarlijkse keuring.
Bij de keuring controleert de monteur onder meer de druk, de staat van het vat, de verzegeling en of het juiste type blusser aanwezig is voor de betreffende ruimte. Blussers die niet meer voldoen, worden afgekeurd en moeten worden vervangen. Bekijk hoe onze keuringen werken.
Als BrandGarant zien we bij vrijwel elk pand een andere ideale samenstelling: een kantoor met een serverruimte vraagt om iets anders dan een werkplaats met een lasafdeling. Onze REOB-monteurs stellen de juiste combinatie daarom altijd vast op basis van wat er daadwerkelijk in de ruimte aanwezig is, niet op basis van een standaardpakket.
Een veelgemaakte fout is één type blusser voor het hele pand aanschaffen. Dat werkt niet: een CO₂-blusser bij de frituur is bijvoorbeeld zinloos, en een poederblusser naast de serverkast kan meer schade aanrichten dan de brand zelf. De juiste mix van types, op de juiste plek, is waar de meeste winst in brandveiligheid zit.
Twijfelt u welke samenstelling verplicht en verstandig is voor uw pand? Vraag een gratis Quickscan aan of bekijk onze pakketten voor een totaaloplossing inclusief keuring, onderhoud en vervanging.
Nee, de verplichte samenstelling volgt uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving en hangt af van de indeling en het gebruik van uw pand. Een REOB-gecertificeerd bedrijf kan dit voor u vaststellen.
Niet per se. Poeder is inderdaad breed inzetbaar, maar veroorzaakt veel nevenschade aan elektronica en interieur. In ruimtes met apparatuur is een CO₂- of schuimblusser vaak een beter alternatief.
Ja, dat is in de meeste panden zelfs verplicht. Een horecagelegenheid heeft bijvoorbeeld zowel een vetbrandblusser bij de keuken als een schuim- of poederblusser elders in het pand nodig.
De prijs verschilt per type en formaat. Bij een BrandGarant All-in abonnement betaalt u vanaf €2,37 per blusser per maand, inclusief keuring, onderhoud en vervanging. Bekijk de tarieven.
Ja, onze REOB-gecertificeerde monteurs keuren en onderhouden schuim-, poeder-, CO₂- en vetbrandblussers, conform NEN 2559. Lees meer over onze keuringen.